Zo lees je deze voorbeelden
Alle voorbeelden op deze pagina zijn fictief en dienen om het begrip uit te leggen. Het zijn geen teksten om over te nemen of aan te passen: je eigen probleemstelling en onderzoeksvraag leg je vast met je promotor.
Een kort voorbeeld over differentiatie in wiskundelessen staat bij voorbeelden van onderzoeksvragen. De algemene opbouw van een probleemstelling lees je bij probleemstelling bachelorproef.
Praktijkonderzoek of ontwerponderzoek?
Veel bachelorproeven in de lerarenopleiding zijn praktijkgericht: je zoekt uit wat er in een klas gebeurt en waarom. Andere zijn ontwerpgericht: je ontwerpt een lessenreeks of materiaal op basis van literatuur, probeert het uit en kijkt wat het oplevert. De probleemstelling is in beide gevallen dezelfde soort tekst, maar je vraag klinkt anders. Een praktijkvraag begint vaak met "hoe" of "welke", een ontwerpvraag met "hoe kan ik".
Fictief voorbeeld: begrijpend lezen in het vierde leerjaar
- Fictief, zwakke versie: "Leerlingen lezen niet graag en begrijpen teksten slecht. Vlaanderen doet het ook steeds slechter in internationale studies. Ik wil ontdekken hoe ik begrijpend lezen leuker kan maken."
- Welke internationale studie bedoel je, wat meet ze en voor welke leeftijd? Een verwijzing naar PIRLS zegt iets over leesvaardigheid in het vierde leerjaar, maar je moet de bron noemen en correct weergeven.
- "Niet graag lezen" en "slecht begrijpen" zijn twee problemen, motivatie en vaardigheid. Over welk van de twee gaat je bachelorproef?
- "Leuker maken" is een doel dat niets zegt over begrijpen. Wat moet er in de klas veranderen?
- Fictief, scherpere versie: "In het vierde leerjaar van mijn stageschool lezen leerlingen tijdens begrijpend lezen een tekst en beantwoorden ze daarna vragen. Bij vragen waarvoor ze informatie uit twee alinea's moeten combineren, geven veel leerlingen een antwoord dat letterlijk in één zin staat. De mentor en ik merken dat leerlingen de leesstrategieën uit de methode kunnen opnoemen, maar ze tijdens het lezen niet gebruiken. Literatuur over strategie-instructie beschrijft het hardop voordoen door de leraar (modeling) als een manier om dat gebruik te stimuleren. Hoe dat in deze klas en met deze methode kan, weten we niet."
Wat er in de scherpere versie beter is
- Het probleem is zichtbaar in het werk van leerlingen: antwoorden die letterlijk uit één zin komen bij vragen die om combineren vragen.
- Het onderscheid tussen strategieën kennen en ze gebruiken maakt het probleem precies.
- De literatuur levert een richting (modeling), zonder dat de oplossing al vastligt.
- Wat nog onbekend is, gaat over deze klas en deze methode. Dat kun je tijdens je stage echt onderzoeken.
De onderzoeksvraag bij dat voorbeeld
- Fictief, zwakke vraag: "Werkt modeling bij begrijpend lezen?"
- Fictief, scherpere vraag: "Hoe kan ik het hardop voordoen van leesstrategieën inbouwen in een korte lessenreeks begrijpend lezen in het vierde leerjaar, en welke veranderingen zie ik in de manier waarop leerlingen informatie uit verschillende alinea's combineren?"
- "Werkt" kun je in één klas zonder vergelijkingsgroep niet aantonen. "Welke veranderingen zie ik" belooft wat je wel kunt laten zien, met leerlingenwerk, observaties en korte gesprekken.
- Het eerste deel is een ontwerpvraag. Leg uit op welke literatuur je ontwerp steunt.
- Vraag je bij het tweede deel af hoe je verandering vaststelt. Vergelijk je antwoorden op vergelijkbare vragen vóór en na de lessenreeks, en hoe zorg je dat die vragen echt vergelijkbaar zijn?
Een tweede voorbeeld uit de kleuterklas
- Fictief, zwakke vraag: "Hoe krijg ik kleuters meer aan het praten in de kring?"
- Fictief, scherpere vraag: "Hoe vaak en hoe lang komen kleuters van de derde kleuterklas aan het woord tijdens het kringgesprek, en welke soorten vragen van de leerkracht lokken langere antwoorden uit?"
- De scherpere vraag begint bij wat er nu gebeurt, voor je iets verandert. Ze past bij observaties met een kijkwijzer, of bij video-opnames als de school en de ouders dat toelaten.
- "Soorten vragen" vraagt een indeling, bijvoorbeeld open en gesloten vragen of vragen die naar een ervaring peilen. Haal die indeling uit de literatuur en leg ze vast voor je observeert.
Valkuilen in een bachelorproef voor de lerarenopleiding
- Besluiten over "leerlingen" in het algemeen op basis van één klas. Beschrijf wat je zag in deze klas en zeg wat dat wel en niet zegt over andere klassen.
- Je dubbele rol vergeten. Als stagiair ben je ook degene die lesgeeft en beoordeelt; leerlingen antwoorden je misschien wat ze denken dat je wilt horen.
- Toestemming als bijzaak. Overleg met je mentor en de school over wat je mag observeren, opnemen en gebruiken, en hoe ouders geïnformeerd worden.
- "De leerlingen vonden het leuk" als belangrijkste resultaat, terwijl je vraag over begrijpen ging.
- Literatuur over een andere leeftijdsgroep of onderwijscontext, zonder te zeggen wat daarvan bruikbaar is voor jouw klas.
Wat Esmond met je bachelorproef doet
Esmond kiest je onderwerp niet en zegt niet welke didactiek de juiste is; dat bespreek je met je mentor en je promotor. In je geschreven bachelorproef kijkt de review of je besluit antwoordt op het probleem uit je stageklas, of je niet meer generaliseert dan één klas toelaat en of je aanbevelingen uit je observaties volgen. Lees meer bij bachelorproef lerarenopleiding.
We schrijven niets voor je. We beoordelen je werk en tonen je hoe je het sterker maakt. Een review kost vanaf €3,99, eerst een gratis preview. De prijs volgt de lengte van je document en je ziet hem voordat je betaalt. Geen abonnement, geen account.
Veelgestelde vragen
Mag ik mijn eigen stageklas onderzoeken?
Dat gebeurt vaak in de lerarenopleiding. Bespreek het met je mentor, de school en je promotor, en hou in je methode rekening met je rol als leraar én onderzoeker.
Wat is het verschil tussen een praktijkvraag en een ontwerpvraag?
Een praktijkvraag wil weten wat er gebeurt en waarom. Een ontwerpvraag wil iets maken, zoals een lessenreeks, en nagaan wat het oplevert. Je opleiding zegt welk soort bachelorproef verwacht wordt.
Werkt dit ook voor het secundair onderwijs?
Ja. De stappen zijn dezelfde, maar je context verandert: een vak, een graad, een richting. Een vraag over feedback in de lessen wiskunde van de tweede graad vraagt dezelfde afbakening als een vraag over begrijpend lezen in het lager.
Zegt Esmond of mijn lessenreeks goed is?
Nee. Esmond beoordeelt geen lesmateriaal. De review leest je geschreven bachelorproef en kijkt of je redenering van probleem tot besluit klopt.
Verder lezen