Twee soorten probleemstellingen
Alle voorbeelden op deze pagina zijn fictief en dienen om het begrip uit te leggen. Het zijn geen teksten om over te nemen of aan te passen: je eigen probleemstelling en onderzoeksvraag leg je vast met je promotor.
Aan de universiteit toont je probleemstelling meestal een open vraag in het vakgebied: studies die elkaar tegenspreken, een verband dat nooit goed getoetst is, een nieuwe regel waarvan het effect onbekend is. Aan een hogeschool toont ze een probleem van een bedrijf en het stuk kennis dat ontbreekt om het aan te pakken. Hoe je in het algemeen van probleem naar vraag gaat, staat bij een onderzoeksvraag formuleren.
Masterproef aan de universiteit, van stelling naar toetsbare vraag
- Fictief, zwakke versie: "Diversiteit in de raad van bestuur is goed voor bedrijven. Ik onderzoek of dat ook in België zo is."
- Wat betekent "goed" hier? Winst, beurswaarde, risico, innovatie?
- Welke bedrijven bedoel je: beursgenoteerde vennootschappen, familiebedrijven, alle ondernemingen?
- Studies over de samenstelling van raden van bestuur en bedrijfsprestaties komen tot uiteenlopende resultaten. Wat voegt jouw studie daaraan toe?
- Fictief, scherpere versie: "De wet van 2011 verplichtte Belgische beursgenoteerde vennootschappen om, gefaseerd over enkele jaren, minstens een derde bestuurders van het andere geslacht in hun raad te hebben. Studies naar het verband tussen genderdiversiteit in de raad en bedrijfsprestaties komen tot uiteenlopende resultaten, onder meer omdat bedrijven met een meer diverse raad ook op andere punten verschillen. Een wettelijk opgelegd quotum biedt een kans om dat probleem deels te omzeilen, omdat de verandering van buitenaf komt en niet door het bedrijf zelf gekozen is."
De onderzoeksvraag bij dat voorbeeld
- Fictief, zwakke vraag: "Verhoogt een vrouw in de raad van bestuur de winst?"
- Fictief, scherpere vraag: "Veranderde de rendabiliteit van Belgische beursgenoteerde vennootschappen die door de quotawet hun raad van bestuur moesten aanpassen, in vergelijking met vennootschappen die al aan het quotum voldeden?"
- "Winst" wordt rendabiliteit. In je methode zeg je welke maat je gebruikt, bijvoorbeeld rendement op activa, en waarom.
- De vergelijking tussen bedrijven die moesten aanpassen en bedrijven die al voldeden, wijst naar een verschil-in-verschillenopzet. Die werkt alleen als beide groepen zich zonder de wet gelijkaardig zouden ontwikkelen. Kun je dat aannemelijk maken, bijvoorbeeld met de jaren vóór de verplichting? En vanaf welk boekjaar gold de verplichting voor welke vennootschap?
- Bedrijven die al voldeden zijn geen toevallige controlegroep. Wat maakt hen anders, en hoe ga je daarmee om?
- Het aantal Belgische beursgenoteerde vennootschappen is beperkt. Welke uitspraken laten je data dan toe, en welke niet?
Bachelorproef bedrijfsmanagement, van de vraag van het bedrijf naar je eigen onderzoeksvraag
- Fictief, zwakke versie: "Het boekhoudkantoor wil efficiënter werken met de verplichte e-facturatie. Daarom maak ik een stappenplan."
- Wat loopt er nu inefficiënt, en voor wie: de medewerkers, de klanten, de zaakvoerder?
- Een stappenplan is een oplossing. Wat moet je weten voor je weet welk stappenplan helpt?
- Fictief, scherpere versie: "Sinds e-facturatie tussen Belgische ondernemingen verplicht is, ontvangt een klein boekhoudkantoor facturen van zijn klanten via verschillende kanalen: via het Peppol-netwerk, nog als pdf per mail en soms op papier. Medewerkers zeggen dat ze meer tijd kwijt zijn aan het opvolgen van ontbrekende of dubbele facturen dan voordien. Het kantoor weet niet bij welke klanten en in welke stap van de verwerking dat probleem ontstaat."
- Fictief, onderzoeksvraag: "In welke stappen van de factuurverwerking en bij welk soort klanten ontstaat bij dit kantoor vertraging sinds de overstap op e-facturatie?"
- Fictief, adviesvraag die volgt: "Welke aanpassingen in de werkwijze van het kantoor en in de afspraken met klanten verminderen die vertraging?"
Waarom die volgorde telt
In de scherpere versie komt het advies na het onderzoek. Je brengt eerst in kaart waar de vertraging zit, bijvoorbeeld met een procesanalyse, een steekproef van facturen en gesprekken met medewerkers. Pas daarna weet je of het antwoord in software, in afspraken met klanten of in de interne taakverdeling ligt. Een jury merkt snel wanneer een advies al vastlag voor het onderzoek begon.
Valkuilen in economie en bedrijfskunde
- Samenhang als effect. Een regressie op gegevens van één moment toont samenhang. Wil je een effect claimen, dan heb je een opzet nodig die andere verklaringen uitsluit, zoals een natuurlijk experiment of panelgegevens.
- Een kernbegrip zonder maat. Rendabiliteit, efficiëntie, klanttevredenheid: zeg hoe je het meet en waarom die maat past bij je vraag.
- Data die je niet kunt krijgen. Jaarrekeningen van Belgische ondernemingen zijn publiek via de Balanscentrale van de Nationale Bank, maar interne cijfers van een bedrijf niet altijd. Check de toegang voor je je vraag vastlegt.
- Een enquête bij kmo's met weinig antwoorden, waaruit toch algemene besluiten volgen.
- Een SWOT- of PESTEL-analyse als onderzoek. Zo'n analyse ordent wat je weet, maar beantwoordt zelf geen onderzoeksvraag.
- Aanbevelingen zonder kosten, timing of verantwoordelijke, zodat de organisatie er weinig mee kan.
Wat Esmond met je tekst doet
Esmond bepaalt je vraag niet en zegt niet welk model of welke analyse je moet kiezen; dat gesprek voer je met je promotor. Wanneer je tekst geschreven is, kijkt de review of je resultaten de vraag beantwoorden die je probleemstelling opriep, of je besluit niet meer causaliteit claimt dan je opzet toelaat en of je advies uit je analyse volgt. Voor de masterproef zie je meer bij economie en bedrijfskunde laten nakijken, voor de bachelorproef bij bachelorproef bedrijfsmanagement.
We schrijven niets voor je. We beoordelen je werk en tonen je hoe je het sterker maakt. Een review kost vanaf €3,99, eerst een gratis preview. De prijs volgt de lengte van je document en je ziet hem voordat je betaalt. Geen abonnement, geen account.
Veelgestelde vragen
Heb ik naast een onderzoeksvraag ook hypothesen nodig?
In een kwantitatieve masterproef meestal wel: je leidt uit de literatuur af welk verband je verwacht en toetst dat. In een praktijkgerichte bachelorproef staat vaak een onderzoeksvraag met deelvragen centraal. Je richtlijnen en je promotor zeggen wat bij jouw opleiding verwacht wordt.
Mag ik een SWOT-analyse gebruiken in mijn bachelorproef?
Als hulpmiddel om je bevindingen te ordenen wel. Een SWOT vervangt alleen het onderzoek niet: de sterktes en zwaktes moeten uit je gegevens volgen.
Is een vraag van mijn stagebedrijf een goede onderzoeksvraag?
Het is een goed vertrekpunt. Maak er een onderzoeksvraag van door te bepalen wat je eerst moet weten om het bedrijf te kunnen adviseren, zoals in het voorbeeld van het boekhoudkantoor.
Rekent Esmond mijn analyse na?
Nee. De review leest je redenering: past je analyse bij je vraag, en zegt je besluit niet meer dan je resultaten toelaten. Ze herberekent geen modellen.
Verder lezen