Een codeerschema, ook codeboek genoemd, is de lijst van codes waarmee je kwalitatieve data zoals interviewtranscripten indeelt, met per code een naam, een definitie, afspraken over wanneer je de code wel en niet gebruikt en een voorbeeldfragment. Het maakt zichtbaar hoe je van ruwe tekst naar je bevindingen gaat, zodat je promotor en de jury je analyse kunnen volgen. In je masterproef of bachelorproef beschrijf je in je methode hoe het schema tot stand kwam; het volledige schema staat meestal in een bijlage.
Bijgewerkt voor academiejaar 2026-2027, nagekeken op .
Bij deductief coderen stel je de codes vooraf op, vanuit je theoretisch kader, een bestaand model of de thema's van je topiclijst. Je gaat dan na hoe die begrippen in je data terugkomen. Dat past bij een onderzoeksvraag die een bestaand kader toetst of toepast.
Bij inductief coderen ontstaan de codes uit de data zelf: je leest je transcripten en benoemt wat je ziet, zonder vaste lijst vooraf. Dat past bij een open, verkennende onderzoeksvraag.
Veel masterproeven combineren beide: een startlijst uit de literatuur, aangevuld met codes die tijdens het lezen opduiken. Dat mag, zolang je in je methode zegt welke codes vooraf vastlagen en welke er later bijkwamen.
Fictief voorbeeld van een opmerkingJe besluit stelt dat de maatregel werkt, maar je interviews tonen vooral hoe medewerkers ze ervaren. Kan je je besluit afbakenen tot wat je gegevens laten zien?
Sluiten je codes aan bij je onderzoeksvraag? Upload je pdf en de gratis preview toont je een eerste opmerking bij een deel van je tekst, zonder account. Betalen doe je pas als je de volledige evaluatie wilt.
Laat je masterproef evaluerenStel dat je interviews afneemt met startende leerkrachten in het secundair onderwijs over hoe hun mentor hen begeleidt. Een deel van een gecombineerd schema (codes vooraf uit de literatuur over steun, aangevuld tijdens het lezen) kan er zo uitzien. Het voorbeeld en de fragmenten zijn fictief.
| Code | Definitie | Wel coderen als | Niet coderen als | Fictief fragment |
|---|---|---|---|---|
| Emotionele steun | De mentor luistert, stelt gerust of erkent zorgen van de starter. | De starter beschrijft zich gesteund of begrepen voelen door de mentor. | De steun komt van een collega die geen mentor is (code Collegiale steun). | "Na die eerste chaotische les zei ze gewoon: dat heeft iedereen al eens meegemaakt." |
| Praktische hulp | Concrete hulp bij lesvoorbereiding, materiaal of schooladministratie. | Delen van lesmateriaal, uitleg over het leerplatform of het rapportsysteem. | Het gaat over hoe de starter lesgeeft (code Feedback op lessen). | "Hij gaf me meteen zijn map met toetsen van vorig jaar." |
| Feedback op lessen | Inhoudelijke reactie van de mentor op het lesgeven van de starter. | De mentor bespreekt een geobserveerde les of een lesvoorbereiding. | Algemene aanmoediging zonder inhoud (code Emotionele steun). | "Ze vond mijn instructie te lang en vroeg hoe ik de leerlingen sneller aan het werk kreeg." |
| Gebrek aan tijd | Tijd wordt genoemd als reden waarom begeleiding niet of minder doorgaat. | Uitgestelde of afgezegde gesprekken door volle agenda's. | Algemene klachten over werkdruk zonder link met de begeleiding. | "We spraken af om de twee weken, maar dat is er na oktober bij ingeschoten." |
Open, axiaal en selectief coderen zijn de drie fasen uit de uitwerking van grounded theory door Strauss en Corbin (1990), een benadering die teruggaat op Glaser en Strauss (1967). Bij open coderen breek je de data op in kleine stukken en benoem je ze; bij axiaal coderen leg je verbanden tussen codes en categorieën; bij selectief coderen bouw je alles rond een kerncategorie, met als doel een theorie die uit je data voortkomt.
Gebruik die termen alleen als je echt een grounded-theorybenadering volgt. Werk je met thematische analyse volgens Braun en Clarke (2006), dan spreek je van coderen en thema's zoeken, niet van axiaal coderen. Termen mengen is een van de eerste dingen die een promotor aanstreept in een methode.
Intercodeurbetrouwbaarheid is de mate waarin twee codeurs die onafhankelijk van elkaar dezelfde fragmenten coderen, dezelfde codes toekennen. Het eenvoudigste is het percentage overeenstemming, maar dat houdt geen rekening met overeenstemming die je ook bij toeval zou krijgen. Cohens kappa (Cohen, 1960) corrigeert daarvoor.
Rapporteer je een maat, zeg dan hoeveel en welke fragmenten dubbel gecodeerd werden, wie de tweede codeur was en wat je deed met de verschillen. Welke waarde volstaat, en of je zo'n maat moet berekenen, hangt af van je benadering en je opleiding. In een reflexieve thematische analyse is het geen gangbare maat; daar beschrijf je eerder hoe je codes besprak en herwerkte. Meer over kwaliteit in kwalitatief onderzoek lees je bij validiteit in kwalitatief onderzoek en betrouwbaarheid.
Meestal is het een tabel met per code een naam, een definitie, wanneer je de code wel en niet gebruikt en een voorbeeldfragment. Codes kunnen gegroepeerd zijn onder hoofdcodes, dan spreekt men soms van een codeboom. Hierboven staat een fictief voorbeeld.
Vertrek van je onderzoeksvraag, kies deductief, inductief of een combinatie, maak een eerste versie, definieer elke code en test het schema op enkele transcripten voor je de hele dataset codeert. Hou bij wat je onderweg aanpast.
Een schema waarvan de codes vooraf vastliggen, afgeleid uit je theoretisch kader, een bestaand model of je topiclijst. Je gaat in je data na hoe die begrippen terugkomen. Bij een inductief schema ontstaan de codes uit de data zelf.
In je methode beschrijf je hoe het schema tot stand kwam; het volledige schema staat meestal in een bijlage. Volg wat je richtlijnen of je promotor vragen.
Bij elke vorm van coderen helpt een schema om je analyse navolgbaar te maken. Hoe vast het is, verschilt: bij een codeboekbenadering ligt het grotendeels vooraf vast, bij een reflexieve thematische analyse of grounded theory groeit het tijdens het coderen.
Alleen als je grounded theory volgt in de uitwerking van Strauss en Corbin. Bij andere benaderingen, zoals thematische analyse, gebruik je die termen beter niet.
Esmond codeert je transcripten niet en stelt geen codes voor. Laad je masterproef of bachelorproef op als je methode en je resultaten er staan, met je codeerschema als bijlage in dezelfde pdf. De review zet opmerkingen bij de passages waar je methode niet zegt hoe je codes tot stand kwamen, waar je termen uit grounded theory gebruikt bij een andere aanpak, en waar je resultaten thema's bevatten die je onderzoeksvraag of je schema niet dragen. Wat je ermee doet, beslis jij.
We schrijven niets voor je. We beoordelen je werk en tonen je hoe je het sterker maakt. Een review kost vanaf €3,99, met eerst een gratis preview. De prijs volgt de lengte van je document en je ziet hem voordat je betaalt, zonder abonnement of account.
Laat je tekst evalueren voor je indient
Je krijgt eerst een gratis preview. Betalen doe je pas als je verder wilt.